Groene staar (Glaucoom)

  • Groene staar (Glaucoom)
  • Ziekte van Stargardt
  • Netvliesloslating
  • Oogzenuwontsteking
  • Staar
  • Syndroom van Usher
  • Lui oog
  • Uveïtis Oogontsteking
  • Optische zenuwatrofie

Glaucoom is een oogziekte waarbij de oogzenuw beschadigt. Meestal komt dit door een verhoogde oogdruk in de oogbol. Door het afknellen en afsterven van de oogzenuw, wordt de verbinding tussen het oog en de hersenen langzaam, maar blijvend beschadigd. Glaucoom komt meestal aan beide ogen voor. De oorzaak van glaucoom is meestal een te hoge oogdruk. Glaucoom wordt dan ook vaak verhoogde oogdruk genoemd. Maar glaucoom kan ook ontstaan zonder dat er sprake is van een te hoge oogdruk (normale oogdruk glaucoom). En mensen met een verhoogde oogdruk hoeven niet perse glaucoom te hebben of te krijgen. De bloedvoorziening van het oog en de oogzenuw speelt bijvoorbeeld ook een belangrijke rol bij het ontstaan van glaucoom. Het licht dat het oog binnenvalt, wordt door de lichtgevoelige cellen in het netvlies omgezet in elektrische signalen. Deze signalen gaan via de oogzenuw naar de hersenen waar ze worden omgezet in bewuste beelden. Glaucoom beschadigt de oogzenuw en leidt zo tot uitval van het gezichtsveld. Met het gezichtsveld wordt het gebied bedoeld dat we met het oog kunnen overzien, zonder het oog te bewegen. Bij beginnende glaucoom verdwijnt er beeld aan de randen van het gezichtsveld. Iemand hoeft dit niet door te hebben, omdat de hersenen in staat zijn het ontbrekende deel van het gezichtsveld in te vullen. Naarmate er tijd verstrijkt, loopt de oogzenuw meer schade op en verdwijnt steeds meer beeld. Bij ernstige glaucoom ontstaat kokerzicht. Het lijkt dan of je door een smalle koker kijkt. Glaucoom kan goed behandeld worden, maar de schade die al ontstaan is, is onomkeerbaar. Onbehandelde glaucoom leidt uiteindelijk tot blindheid. Het is daarom belangrijk glaucoom tijdig te ontdekken en te behandelen. Dit is alleen niet zo makkelijk als het lijkt, omdat de ziekte vaak lange tijd geen klachten geeft en er dus geen aanleiding is om de ogen te laten onderzoeken.

Ziekte van Stargardt

De ziekte van Stargardt is een erfelijke oogziekte. De oorzaak is een verandering van het DNA (erfelijk materiaal). De ziekte van Stargardt begint meestal rond de kinderleeftijd en vaak in beide ogen. Je gaat steeds slechter scherp zien. Je krijgt moeite met gezichten herkennen, lezen en tv kijken. Hoe snel dit gaat, verschilt per kind. Je wordt bijna nooit blind. Dit komt omdat alleen het centrale deel van het netvlies (de macula) wordt aangedaan. Je kunt ook nachtblindheid krijgen. Sommige mensen met de ziekte kunnen moeite krijgen met kleuren zien. Bij de ziekte van Stargardt kan je lichaam een bepaald eiwit niet (goed) aanmaken. Zonder dit eiwit kan je oog bepaalde schadelijke stoffen niet goed verwijderen. Hierdoor stapelen deze stoffen zich op en beschadigt het centrale deel van het netvlies (de macula of gele vlek). Dit heet maculadegeneratie. Hierdoor gaat het scherpe zien geleidelijk achteruit.

Netvliesloslating

Bij een netvliesloslating (ablatio retinae) raakt het netvlies los doordat er glasvocht achter het netvlies komt. Dit kan gebeuren doordat er één of meerdere scheurtjes in het netvlies zijn ontstaan. Een netvliesloslating komt jaarlijks bij ongeveer 1 op de 10.000 mensen voor. Het kan op alle leeftijden ontstaan, maar oudere mensen lopen een verhoogd risico op netvliesloslating. Dat geldt ook voor mensen die bijziend zijn of familieleden hebben die een netvliesloslating hebben gehad. Soms wordt een netvliesloslating veroorzaakt door een ongeval, bijvoorbeeld een klap of een bal op het oog. Wordt een netvliesloslating niet behandeld, dan leidt het tot slechtziendheid of blindheid. Er zijn meerdere symptomen die wijzen op een netvliesloslating:

1. Het zien van vlekjes, spinnetjes, sliertjes en stipjes kan een symptoom van netvliesloslating zijn. Dit wordt veroorzaakt door troebelingen in het glasvocht.

2. Als iemand lichtflitsen ziet, is het verstandig om het oog te laten controleren op een netvliesloslating. De lichtflitsen lijken op bliksemschichten en kunnen ontstaan als het glasachtig lichaam loslaat van het netvlies.

3. Een ander symptoom van een netvliesloslating is het zien van een donkere vlek. Deze ontstaat in een ooghoek en breidt zich dan uit. Dit kan langzaam en snel gaan.

4. Als het centrale deel van het netvlies (de macula of gele vlek) loslaat, wordt het zicht slechter. De macula is namelijk belangrijk voor het scherp zien.

5. Soms springt er een bloedvaatje bij een netvliesloslating. Er komt dan bloed in het glasvocht terecht. Het zicht neemt dan heel snel af.

Oorzaken van netvliesloslating

Hieronder staan de risicofactoren voor een netvliesloslating op een rij:

Mensen met een hoge bijziendheid (min-glazen) hebben een verhoogde kans op een netvliesloslating.

Dit geldt ook voor mensen met dunne, zwakke gebieden in hun netvlies.

De oogaandoening prematuren retinopathie (ROP) heeft mogelijk netvliesloslating als gevolg.

Mensen die een netvliesloslating aan één oog hebben gehad, hebben een verhoogde kans het ook aan het aan het andere oog te krijgen.

Ook mensen die een staaroperatie hebben ondergaan, lopen meer risico op een netvliesloslating.

Een bal of klap op het oog kan een netvliesloslating veroorzaken.

Een netvliesloslating heeft ook een erfelijke component. Komt het in de familie voor, dan is de kans erop groter.

Netvliesloslatingen komen iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Het komt het meest voor bij mensen die tussen de 50 en 70 jaar oud zijn.

Oogzenuwontsteking

De oogzenuw (nervus opticus ) verbindt het oog met de hersenen. Het licht dat het oog binnenvalt, wordt door lichtgevoelige cellen (kegeltjes en staafjes) in het netvlies omgezet in elektrische signalen. Via de oogzenuw gaan deze signalen vervolgens naar het achterste deel van de hersenen (de visuele schors). Dit gebeurt via ruim 1 miljoen dunne draadjes: de zenuwvezels. In de visuele schors worden de elektrische signalen omgezet in beelden zoals wij ze kennen. Bij neuritis optica zwelt de oogzenuw op. Daardoor werken de zenuwvezels niet meer goed. De klachten van een oogzenuwontsteking beginnen meestal met plotseling wazig zien. Voornamelijk in één oog, soms in beide ogen. De kleuren zijn anders en het contrast wordt minder. Het lijkt alsof iemand het licht zachter heeft gedraaid. Ook kan het gebied rondom het oog pijn doen, met name als de ogen bewogen worden. Het gezichtsvermogen wordt meestal in de loop van één of twee weken slechter. De klachten kunnen ook verergeren als het lichaam opwarmt. Bijvoorbeeld na een heet bad of een hete douche, of na inspanning. Andere symptomen van neuritis optica kunnen hoofdpijn of een gevoelige oogbol zijn. Een oogzenuwontsteking kan verschillende oorzaken hebben. We noemen er een paar. Het kan veroorzaakt worden door een virusinfectie, zoals de bof, rode hond en mazelen. Ook kan een verkoudheid of de waterpokken een oogzenuwontsteking tot gevolg hebben. Deze oorzaken van neuritis optica zien we vooral bij kinderen. Meestal loopt dit goed af zonder blijvende schade aan het oog.

Ook kunnen andere infecties een oogzenuwontsteking veroorzaken. Bijvoorbeeld een infectie van de bijholte (sinusitis), de ziekte van Lyme, hersenvliesontsteking (meningitis) en gordelroos.

Neuritis optica kan ook een eerste symptoom zijn van multiple sclerose (MS). MRI onderzoek van de hersenen kan aantonen of daar inderdaad sprake van is. MRI onderzoek bij neuritis optica speelt alleen een rol bij het stellen van de diagnose MS. Het heeft geen invloed op de behandeling van de oogzenuwontsteking.

Meestal is er geen oorzaak voor een oogzenuwontsteking te ontdekken. Men denkt dat in deze gevallen een verkeerd afgesteld afweermechanisme van het lichaam een rol speelt. Er is geen vaststaande behandeling voor een oogzenuwontsteking. Soms worden via een infuus corticosteroïden toegediend. Corticosteroïden beïnvloeden de snelheid van herstel, maar niet de mate van herstel van de oogzenuwontsteking. Het herstel van het gezichtsvermogen is dus hetzelfde zonder en met behandeling met corticosteroïden. Omdat corticosteroïden veel bijwerkingen geven, worden ze niet standaard voorgeschreven. Gelukkig herstellen de meeste oogzenuwontstekingen vanzelf en is behandeling zelden nodig. Vaak duurt het herstel wel enkele weken tot maanden. Bij sommige patiënten zal het herstel niet volledig zijn. Soms komt de gezichtsscherpte helemaal terug, maar blijven de kleuren achter. Bij anderen blijven delen van het gezichtsveld onscherp. Neuritis optica wordt bij ongeveer 10% van de mensen chronisch. De gezichtsscherpte vermindert dan stukje bij beetje. Bij een deel van de mensen komt de oogzenuwontsteking terug. Dit kan in hetzelfde oog zijn of in het andere oog. Ook dan herstelt de gezichtsscherpte zich meestal goed.

Staar

Voor in het oog, achter de pupil ligt de ooglens. Deze is helder en doorzichtig. Daardoor kan het licht er ongehinderd doorheen vallen op het netvlies en kunnen we beelden scherp zien. Bij staar (cataract) wordt de ooglens troebel. Hierdoor kan het licht het netvlies niet meer goed bereiken en gaan we waziger zien. Staar is een veelvoorkomende aandoening van het oog. Het kan aan één oog voorkomen maar ook aan beide. Staar is een veelvoorkomende aandoening van het oog. De ooglens wordt troebel, waardoor licht het netvlies niet meer goed bereikt en we waziger gaan zien. Er zijn drie vormen van staar, namelijk: ouderdomsstaar, aangeboren staar en staar veroorzaakt door een trauma of ziekte. Staar heeft verschillende symptomen. Een veel voorkomende klacht is dat mensen minder scherp gaan zien. Het beeld wordt waziger, alsof er door een beslagen ruit wordt gekeken. Dit geldt zowel voor dichtbij als veraf zien. Door de staar wordt bijvoorbeeld lezen lastig, maar ook tv-kijken en verkeersborden zien. Wazig zien is een van de eerste klachten bij beginnende staar.

Er zijn in totaal vier verschillende soorten staar, ook wel cataract genoemd. We onderscheiden de volgende soorten staar: Capsulair cataract, Subcapsulair cataract, Corticaal cataract en Nucleair cataract.

Syndroom van Usher

Het syndroom van Usher is een erfelijke ziekte waarbij het gehoor én het zicht worden aangetast. Ook kunnen er evenwichtsproblemen zijn. Mensen met het Usher-syndroom zijn vaak slechthorend geboren en verliezen op latere leeftijd geleidelijk aan hun zicht. Uiteindelijk leidt dit tot doof- en blindheid. Het Usher-syndroom is de meest voorkomende vorm van erfelijke doof blindheid. De gehoor- en de evenwichtsproblemen ontstaan doordat de haarcellen van het gehoor- en evenwichtsorgaan niet goed werken. Daardoor kunnen geluids- en evenwichtsprikkels niet goed naar de hersenen worden doorgegeven.

Het gezichtsverlies wordt veroorzaakt door de oogaandoening retinitis pigmentosa. Bij retinitis pigmentosa gaan de lichtgevoelige cellen in het netvlies – de staafjes en de kegeltjes – te gronde. Hierdoor zien mensen slecht in het donker (nachtblind) en hun blikveld wordt steeds kleiner (kokerzien).  Het Usher-syndroom is heel zeldzaam. In Nederland zijn er ongeveer 800 mensen – mannen en vrouwen – die het hebben. Je kunt alleen Usher krijgen als allebei je ouders het gen hebben. En zelfs dan heb je 75% kans dat je niet ziek wordt. De diagnose Usher-syndroom begint vaak met een vermoeden. Eerst hebben kinderen gehoorproblemen. Als die vervolgens verergeren en er ook problemen met het zicht bij komen, is dat vaak aanleiding tot verder onderzoek door de KNO-arts en de oogarts. Uiteindelijk is bloedonderzoek nodig om definitief de diagnose syndroom van Usher te kunnen stellen. Op dit moment is er geen behandeling voor het syndroom van Usher mogelijk. Wel wordt er op verschillende plekken op de wereld wetenschappelijk onderzoek gedaan naar behandelmogelijkheden voor Usher. Zo lijken er in de toekomst stappen gezet te kunnen worden op het gebied van gentherapie, retinale implantaten, stamceltherapie en medicijnen. In eerste instantie kunnen hoortoestellen het gehoor nog verbeteren. Maar wordt het gehoor te slecht, dan bieden hoortoestellen geen uitkomst meer. Sinds 2016 kunnen mensen met doof blindheid cochleaire implantaten krijgen. Dit apparaatje zet geluid om in elektrische signalen en stuurt die direct naar de gehoorzenuw in het binnenoor (cochlea). Zo kunnen mensen weer in beperkte mate geluiden waarnemen.

Lui oog

We spreken van een lui oog wanneer een oog zich tijdens de vroege kinderjaren niet goed heeft ontwikkeld. Aan het oog zelf is niets mis. Ook een bril helpt niet om het zicht te verbeteren. De problemen ontstaan doordat een beeld dat via het oog binnenkomt, onderdrukt wordt door de hersenen. Een ander woord voor lui oog is amblyopie. Amblyopie komt meestal voor aan één oog. Het oog dat het niet goed doet, wordt het luie oog genoemd. In zeldzame gevallen zijn beide ogen lui. Een lui oog ontstaat in de baby-, peuter- of lagere schoolleeftijd, meestal voor het achtste levensjaar. In deze fase is het scherp zien nog volop in ontwikkeling. Dit is ook de fase waarin een lui oog nog te behandelen is. Hoe eerder een behandeling gestart wordt, hoe beter de gezichtsscherpte ontwikkeld kan worden. Het belangrijkste symptoom van een lui oog is dat het kind moeite heeft met diepte zien. Hierdoor zal een kind vaak struikelen of zich stoten en moeite hebben om een bal te vangen of zichzelf een glas melk in te schenken. Het kind komt wat onhandig over. Het ontstaan van een lui oog kan meerdere oorzaken hebben. De belangrijkste oorzaken van een lui oog zijn:

Scheelzien. Bij scheelzien staan de ogen niet op hetzelfde punt gericht. Om dubbelzien te voorkomen, schakelen de hersenen het beeld uit dat een van de ogen binnenkomt. Het gevolg hiervan is dat de ontwikkeling van dit oog achterblijft. Het oog verleert het kijken en wordt lui. Het kind gebruikt alleen nog het goede oog om mee te kijken.

Een brilafwijking die niet of niet goed gecorrigeerd is, kan ook een lui oog veroorzaken. Als een kind met één oog niet scherp ziet, onderdrukken de hersenen de beelden die via dit oog binnenkomen. Ook dan zal dit oog zich niet goed ontwikkelen en uiteindelijk het zien verleren. Deze vorm van amblyopie is moeilijk op te sporen, omdat het bij kinderen lastig is om zorgvuldig de gezichtsscherpte te bepalen. Ook oogziekten kunnen een lui oog veroorzaken, zoals een hangend ooglid, troebelingen van de lens of het hoornvlies en afwijkingen van het netvlies of het glasvocht. Als het luie oog veroorzaakt is door een brilafwijking of een oogziekte, dan moet dat eerst behandeld worden. Bij een oogziekte adviseert de oogarts welke behandeling mogelijk is. Bij een brilafwijking wordt een bril aangemeten op de juiste sterkte. Soms lost dat de problemen vanzelf op, maar soms moet ook het goede oog worden afgeplakt. Door dit te doen, traint het kind het luie oog en gaat dat oog beter zien. Hoe lang het oog per dag afgeplakt moet worden, hangt af van de leeftijd van het kind. Hoe ouder een kind en hoe lager de gezichtsscherpte, hoe langer het oog afgeplakt moet worden. Het is dus belangrijk om de behandeling van een lui oog zo jong mogelijk te beginnen. Soms worden de pupil verwijdende, accommodatie remmende druppels gebruikt in het goede oog om het luie oog te behandelen. Door de druppels wordt het zicht in het goede oog vaag en moet het luie oog dit gezichtsvermogen overnemen. Deze behandeling kan alleen gebruikt worden als de gezichtsscherpte in het luie oog niet heel laag is. Als het luie oog veroorzaakt is door een brilafwijking of een oogziekte, dan moet dat eerst behandeld worden. Bij een oogziekte adviseert de oogarts welke behandeling mogelijk is.

Bij een brilafwijking wordt een bril aangemeten op de juiste sterkte. Soms lost dat de problemen vanzelf op, maar soms moet ook het goede oog worden afgeplakt. Door dit te doen, traint het kind het luie oog en gaat dat oog beter zien. Hoe lang het oog per dag afgeplakt moet worden, hangt af van de leeftijd van het kind. Hoe ouder een kind en hoe lager de gezichtsscherpte, hoe langer het oog afgeplakt moet worden. Het is dus belangrijk om de behandeling van een lui oog zo jong mogelijk te beginnen. Soms worden de pupil verwijdende, accommodatie remmende druppels gebruikt in het goede oog om het luie oog te behandelen. Door de druppels wordt het zicht in het goede oog vaag en moet het luie oog dit gezichtsvermogen overnemen. Deze behandeling kan alleen gebruikt worden als de gezichtsscherpte in het luie oog niet heel laag is.

Uveïtis Oogontsteking

De betekenis van uveïtis is letterlijk ontsteking van de uvea van het oog. De uvea bestaat uit de iris en het vaatvlies. De iris ligt aan de voorzijde van het oog en geeft onze ogen kleur. Het vaatvlies is een netwerk van bloedvaatjes dat achterin het oog ligt tussen het netvlies en de harde oogrok. Vaak raken bij een uveitis ook het netvlies en de harde oogrok zelf ontstoken.

Uveïtis wordt ingedeeld in drie groepen: uveitis anterior, uveitis posterior en uveïtis intermedia. Bij uveitis anterior is de ontsteking het ergst aan de voorkant van het oog en bij uveitis posterior aan de achterkant van het oog. Bij uveïtis intermedia geeft de ontsteking met name klachten middenin het oog. Als het hele oog ontstoken is, heet dat een panuveitis. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen deze drie groepen uveïtis, omdat de symptomen op een andere manier verlopen. Uveïtis kan verschillende symptomen geven. Het kan heel plotseling beginnen met een pijnlijk, rood oog. De klachten kunnen ook geleidelijk, pijnloos ontstaan. Iemand gaat dan steeds waziger zien. Mensen met  uveïtis klagen vaak over gezichtsverlies en het zien van zwarte vlekjes of sliertjes. Sommige mensen kunnen fel licht slecht verdragen. Het is belangrijk om te beseffen dat uveitis als verzamelnaam wordt gebruikt voor alle inwendige oogontstekingen. De klachten kunnen dus sterk verschillen.

Uveïtis kan in één oog voorkomen, in beide ogen tegelijk of afwisselend in het ene en het andere oog. Uveïtis kan eenmalig voorkomen, maar ook chronisch worden. In het laatste geval wisselen klachtenvrije perioden af met perioden dat de ontsteking opvlamt. De vermindering van het gezichtsvermogen die bij uveitis ontstaat, kan tijdelijk zijn maar ook blijvend. In zeldzame gevallen kan het zelfs tot blindheid leiden. Er zijn verschillende oorzaken voor uveïtis , maar de oorzaak wordt niet altijd gevonden. Uveïtis komt voor bij een aantal auto-immuunziekten, zoals (jeugd)reuma, de ziekte van Bechterew,  de ziekte van Crohn en sarcoïdose. Omdat mensen met deze ziekten ongemerkt uveïtis kunnen krijgen, is het goed dat ze regelmatig hun ogen laten controleren. Tot slot lijkt het krijgen van uveïtis ook een erfelijke factor te hebben. Uveïtis wordt behandeld met ontstekingsremmers (corticosteroïden) in de vorm van oogdruppels, tabletten of injecties. Wordt de oorzaak van de uveitis gevonden, dan wordt die ook behandeld. Als iemand erg veel pijn heeft bij fel licht, worden vaak pupil verwijdende druppels gegeven. De pupil kan dan niet meer samentrekken en de pijn verdwijnt. Het belangrijkste doel van de behandeling is schade aan het netvlies voorkomen. Schade aan het netvlies is vaak niet te herstellen.

Optische zenuw atrofie

Optische atrofie, dat ook gekend is als opticusatrofie of optische neuropathie, is een oogprobleem waarbij de oogzenuw afsterft. Optische atrofie is geen oogziekte, maar eerder een symptoom van een potentieel ernstige aandoening. De oogzenuw is beschadigd bij opticusatrofie, wat mogelijk het gevolg is van vele verschillende pathologieën. De aandoening veroorzaakt slechtziendheid of blindheid bij de patiënt. De behandeling verloopt ondersteunend waarbij de arts het onderliggende probleem tracht te verhelpen, wat niet altijd mogelijk is. Opticusatrofie is progressief of stabiel afhankelijk van de oorzaak van de beschadiging. Dit is aangeboren of treedt pas op latere leeftijd op, eveneens afhankelijk van de oorzaak van het oogprobleem. Veelal gaat de patiënt door optische atrofie wazig zien (wazig gezichtsvermogen). Hij krijgt mogelijk problemen met het perifere zicht (zijzicht). Hij ontwikkelt tunnelzicht en krijgt problemen met zijn oriëntatie. Maar problemen met het centrale zicht zijn eveneens mogelijk waardoor lezen bijvoorbeeld moeilijk is. Bovendien vervagen de kleuren bij de patiënt. Daarnaast heeft hij een verminderde gezichtsscherpte.

De patiënt krijgt bij de oogarts een uitgebreid oogonderzoek via oftalmoscopie. Hij beoordeelt de oogzenuw, die bleek is vanwege een verandering in de stroom in de bloedvaten. Hij test eveneens de pupilreactie in lichtomstandigheden en merkt dan dat de pupil slecht samentrekt. Voor optische atrofie heeft de medische wetenschap nog behandelingsmethode gevonden. Een regelmatig oogonderzoek is wel vereist zodat de oogarts het gezichtsvermogen opvolgt. De patiënt is tot slot het beste geholpen met visuele en optische hulpmiddelen in combinatie met een optimale verlichting en contrastrijke materialen. De prognose hangt af van wat de onderliggende oorzaak en ernst van het probleem is. Een patiënt herwint meestal zijn gezichtsvermogen bij optische neuritis, als de ontsteking weer voorbij is. Bij optische neuropathie daarentegen verbetert het gezichtsvermogen niet. Glaucoom valt in een vroeg stadium veelal succesvol te behandelen waardoor de optische atrofie eveneens verbetert. De druk op de oogzenuw verdwijnt wanneer een tumor vroegtijdig behandeling krijgt.

Als u of een geliefde problemen met uw gezichtsvermogen opmerkt of een van de bovenstaande oogaandoeningen is gediagnosticeerd, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen om erachter te komen of / hoe acupunctuur en traditionele Chinese geneeskunde u kunnen helpen.